Online Academie StartenKennisbank

Kennisbank / Fase 3 · Het programma opzetten

Hoe je je stof indeelt in modules en lessen

Een werkbare indeling voor je online programma: hoeveel modules, hoe lang een les mag duren en waarom de volgorde belangrijker is dan de hoeveelheid.

Stap 6 van 15 in de route  ·  4 minuten lezen  ·  29 juli 2026

Handen verplaatsen één kaartje van de ene rij naar de andere.
De volgorde bepaal je met kaartjes op tafel, niet in een videoprogramma.

Je hebt je leerdoelen op papier. Nu moet er een programma van worden: een reeks lessen in een volgorde die klopt, gegroepeerd in modules die ergens over gaan. Dit is de laatste stap voordat je iets opneemt en het is de stap waarop je het meeste tijd kunt besparen.

Eerst alles op losse kaartjes

Schrijf elk leerdoel op een apart kaartje, een losse regel of een plakbriefje. Leg ze op tafel en schuif ze in de volgorde waarin iemand ze nodig heeft. Niet in de volgorde waarin jij ze hebt geleerd, want die is meestal rommelig gegroeid.

Twee dingen vallen dan meestal op. Er ontbreekt ergens een stap, meestal aan het begin, omdat je iets vanzelfsprekend vindt wat dat niet is. En er zitten kaartjes bij die eigenlijk in een ander programma horen. Beide zijn goedkoop op te lossen zolang het bij kaartjes blijft.

Modules zijn mijlpalen, geen hoofdstukken

Een module hoort te eindigen op een moment waarop de deelnemer iets af heeft. Niet "hoofdstuk 3: prijsstelling", maar "aan het eind van deze module heb je je eigen tarief berekend en staat het op papier".

Dat verschil doet meer dan het lijkt. Een deelnemer die een module afrondt met een tastbaar resultaat, begint aan de volgende. Een deelnemer die alleen video's heeft gekeken, stelt de volgende uit.

Vier tot zes modules is een prettig aantal voor een eerste programma. Minder dan drie voelt als een losse workshop. Meer dan acht wordt een berg waar mensen tegenaan kijken bij het afrekenen.

Lessen kort houden

Houd een les bij één leerdoel en bij voorkeur onder de tien minuten video. Dat is geen regel uit een onderzoek, het is praktisch: een korte les kun je afmaken in de tijd die iemand tussendoor heeft en een afgemaakte les geeft het duwtje naar de volgende.

Duurt een les langer dan een kwartier, kijk dan of er in het midden een natuurlijke knip zit. Meestal wel. Bij twijfel splitsen. Twee lessen van zeven minuten worden vaker afgekeken dan één van veertien.

Wat je niet moet doen is opsplitsen in fragmenten van twee minuten die los niets betekenen. Dan krijg je een lange lijst waarin niemand overzicht heeft.

De vaste vorm van een module

Modules die er allemaal hetzelfde uitzien, geven rust. De deelnemer leert je programma één keer kennen en weet daarna wat er komt. Een bruikbare vorm:

  1. Een korte introductie: wat gaan we doen en waarom.
  2. Twee tot vijf lessen, elk met één leerdoel.
  3. Een opdracht waarin alles uit de module samenkomt.
  4. Een afsluiting met een checklist of een korte toets.

Die laatste twee onderdelen zijn wat je programma onderscheidt van een reeks video's. Zie werkbladen, opdrachten en toetsen.

De eerste les bepaalt of ze doorgaan

Zet in de eerste module iets waar de deelnemer meteen wat aan heeft. Geen kennismaking van tien minuten, geen uitgebreide inleiding over jouw achtergrond. Dat kan later of in een aparte, overslaanbare les.

Een goede eerste les levert binnen twintig minuten een klein resultaat op. Iemand die daar doorheen is, heeft het gevoel dat de aankoop klopte en dat gevoel draagt door de rest van het programma.

Vaste startdatum of op eigen tempo?

Dit is een keuze die je opzet raakt, dus maak hem nu.

Op eigen tempo. Alles staat meteen open, mensen doen het wanneer ze willen. Makkelijk te verkopen, weinig werk voor jou. Nadeel: veel mensen beginnen nooit. Zonder een reden om vandaag te kijken, gebeurt het niet.

Met vaste rondes. Je opent het programma een paar keer per jaar voor een groep, met een startdatum en een ritme. Meer werk en meer opbrengst per deelnemer, want groepen maken dingen af. In de rekenhulp zie je wat het aantal rondes per jaar doet met de uitkomst.

Drip. Een tussenvorm: modules komen wekelijks vrij, maar iedereen start op zijn eigen moment. Geeft ritme zonder dat je een groep hoeft te begeleiden. Voor veel eerste programma's is dit de verstandigste keuze.

Bouw de volgorde zo dat de moeilijkste module niet vooraan staat

Het is verleidelijk om te beginnen met het onderdeel waar jij het meeste over te zeggen hebt. Dat is vaak ook het moeilijkste onderdeel. Zet dat in het midden, als mensen al een paar keer succes hebben gehad.

Voor de deelnemer is de eerste module een test of het programma bij hem past. Voor jou is het de module die het vaakst wordt bekeken, dus daar besteed je de meeste aandacht aan.

Zet het op één pagina

Maak van je hele indeling één overzicht: modules, lessen per module, het leerdoel per les en de opdracht per module. Dat overzicht is je bouwtekening voor de opnames en tegelijk de basis van je verkooppagina.

Zodra dat er staat, kun je gaan opnemen. Wat je daarvoor nodig hebt, staat in video opnemen zonder studio.

Hierna in de route · stap 7

Video opnemen zonder studio: wat je echt nodig hebt

Welke apparatuur wel en niet nodig is voor cursusvideo, waarom geluid belangrijker is dan beeld en hoe je opnemen behapbaar houdt.

Fase 3 · Het programma opzetten

Fase klaar alsEr ligt een indeling in modules en lessen, met per les een leerdoel en een opdracht.

Hulpmiddelen

Het werkplan zet de 29 stappen op een rij met per stap de zin waaraan je ziet dat hij af is. De rekenhulp rekent je aanbod door.