Online Academie StartenKennisbank

Kennisbank / Fase 6 · Prijs en verkoop

Je eerste tien cursisten vinden zonder groot publiek

Hoe je aan je eerste inschrijvingen komt als je geen mailinglijst, geen volgers en geen advertentiebudget hebt.

Stap 12 van 15 in de route  ·  4 minuten lezen  ·  17 juni 2026

Een vrouw typt aan een klein bureau bij het raam een persoonlijk bericht.
De eerste tien inschrijvingen komen uit persoonlijke berichten, niet uit een campagne.

De meest gestelde vraag na het maken van een programma: aan wie verkoop ik dit? Vaak gevolgd door de conclusie dat je eerst een publiek moet opbouwen en daarna een jaar aan berichten plaatsen zonder dat er iets verkocht wordt.

Voor de eerste tien deelnemers is dat niet nodig. Tien is een klein getal en het zit meestal dichterbij dan je denkt.

Begin bij mensen die je al kent

Maak een lijst van iedereen die het afgelopen jaar iets van je heeft gevraagd of gekocht. Oud-klanten, mensen die je hebt geadviseerd, deelnemers van een workshop, iemand die je een keer heeft gebeld met een vraag over precies dit onderwerp.

Die lijst is vrijwel altijd langer dan verwacht en het zijn de mensen met de grootste kans om ja te zeggen. Ze kennen je al, ze weten wat je waard bent en ze hoeven niet overtuigd te worden dat je het kunt.

Stuur ze een persoonlijk bericht. Geen nieuwsbrief, geen aankondiging. Eén bericht per persoon waarin staat dat je een programma opzet over dit onderwerp, waarom je aan hem dacht en of hij belangstelling heeft. Vraag ook wat hij zou verwachten in zo'n programma. Dat maakt het een gesprek in plaats van een verkooppraatje.

Vraag om doorverwijzing, niet om een aankoop

Bij mensen die zelf niet in je doelgroep vallen, werkt een andere vraag beter: ken je iemand voor wie dit interessant zou zijn?

Dat is een makkelijke vraag om te beantwoorden en het levert vaker iets op dan je zou denken. Maak het de ander gemakkelijk door één zin mee te sturen die hij kan doorsturen.

Ga naar plekken waar je doelgroep al zit

Je hoeft geen publiek te bouwen als er al ergens een publiek is. Beroepsverenigingen, vakgroepen, besloten groepen, netwerkclubs, een branchevereniging met een nieuwsbrief.

Bied daar niet meteen je cursus aan. Bied eerst iets aan waar de groep wat aan heeft: een uitleg over één specifiek probleem, een korte sessie, een antwoord op een vraag die er ligt. Wie zichtbaar helpt, krijgt vanzelf de vraag wat hij verder doet.

Werkt dat, dan is een gratis online sessie van een uur voor die groep vaak de snelste weg naar je eerste inschrijvingen. Je legt één ding echt uit en aan het eind vertel je in twee minuten wat het programma is.

Werk met een startdatum

Zonder deadline gebeurt er niets. Een programma dat altijd te koop is, is nooit dringend.

Zet een startdatum op je aanbod en sluit de inschrijving een paar dagen daarvoor. Dat geeft mensen een reden om nu te beslissen. Het geeft jou bovendien een groep die tegelijk begint en groepen maken dingen vaker af dan losse deelnemers. Zie hoe je je stof indeelt voor het verschil tussen rondes en eigen tempo.

Eén pagina waar alles op staat

Je hebt geen website nodig, wel één pagina waar iemand alles kan lezen. Daarop staat:

  • Voor wie het is en voor wie niet.
  • Wat iemand na afloop kan.
  • Wat het programma inhoudt: modules, tijdsbeslag, vorm.
  • Wanneer het begint en hoe lang het duurt.
  • Wat het kost en hoe je betaalt.
  • Wie jij bent en waarom je dit kunt vertellen.
  • Antwoord op de drie meest gehoorde bezwaren.

Die bezwaren haal je uit je gesprekken. Zie voor wie is het precies. Schrijf de pagina in de woorden die je daar hebt gehoord, niet in je eigen vaktaal.

Wat je in het begin niet hoeft te doen

Adverteren. Advertenties werken pas als je weet dat je aanbod verkoopt en je weet wat een deelnemer je mag kosten. Zolang je dat niet weet, verbrand je geld om iets te leren wat je met tien gesprekken sneller weet.

Een social media-strategie voor alle kanalen. Eén kanaal waar je doelgroep zit, is genoeg.

Een mailinglijst van duizend mensen. Vijftig mensen die je kent, leveren voor je eerste ronde meer op dan duizend die je nooit hebt gesproken.

Vraag na afloop om hun woorden

Wie het programma heeft doorlopen, is je beste bron voor de volgende ronde. Vraag na afloop wat het hem heeft opgeleverd en of je dat mag gebruiken.

Gebruik alleen wat mensen echt hebben gezegd en gebruik hun eigen formulering. De toezichthouder is daar duidelijk over: gebruik alleen echte reviews en beoordelingen. Stond er iets tegenover, dan zeg je dat erbij. Verzonnen of opgepoetste ervaringen zijn bovendien te herkennen, wat je meer kost dan het oplevert.

Tien is genoeg om te weten of het werkt

Met tien deelnemers weet je of je uitleg klopt, waar mensen vastlopen, welke vragen terugkomen en of het bedrag past bij wat ze ervoor terugkrijgen. Dat is meer informatie dan je uit welke marktverkenning dan ook haalt.

Met die kennis is de tweede ronde makkelijker te verkopen, kun je de prijs verantwoorden en heb je materiaal dat al is bijgeschaafd. Zie de bètaronde voor de manier waarop je die eerste tien opzet.

Waar dit vandaan komt

Bedragen, termijnen en regels zijn nagekeken bij de bron zelf op 6 september 2026. Ze veranderen, dus controleer ze opnieuw voordat je er een besluit op baseert.

  1. ACM, online beinvloeden. Wat wel en niet mag met reviews, schaarstemeldingen en vooraf aangevinkte hokjes.

Hierna in de route · stap 13

De bètaronde: verkopen voordat het af is

Waarom je je eerste programma verkoopt terwijl je het nog maakt, hoe je dat eerlijk aanbiedt en wat je uit die eerste groep haalt.

Fase 6 · Prijs en verkoop

Fase klaar alsEr is minstens één deelnemer die betaald heeft.

Hulpmiddelen

Het werkplan zet de 29 stappen op een rij met per stap de zin waaraan je ziet dat hij af is. De rekenhulp rekent je aanbod door.